Buurman
Robert zit te draaien op zijn stoel, een man van middelbare leeftijd met een sportief lijf en een kalend hoofd dat glanst onder het TL-licht. Hij had zich de middag anders voorgesteld. Eigenlijk had hij er wel tegenop gezien. Daarom had hij thuis ook geoefend hoe hij zijn punt duidelijk zou maken. Want zo kon het niet verder. Tegenover hem zit Rodney, negentien pas, met armen vol tattoos en spieren die verraden dat hij zijn best doet in de sportschool. Mijn medebemiddelaar Karin en ik houden wijselijk onze mond. Dit moet tussen hen tweeën, dus even niet mee bemoeien. Rodney heeft net rustig uitgelegd dat hij alleen woont. Robert krabt met zijn middelvinger aan zijn duimnagel. “Ik wist niet dat je zo’n last van me had,” zegt Rodney. “Er is nooit iemand langsgekomen om dat te zeggen.” Robert nuanceert meteen. “Last, last… Mijn vrouw werkt in het ziekenhuis, nachtdiensten, ze is een vroege vogel en wil ook op tijd naar bed. Als jullie dan met brommers komen en harde muziek draaien, slaapt...